Van data naar valpreventie

 

Het begon met een vraag van wijkverpleegkundige en beleidsmedewerker Sanneke Heij: ‘kunnen wij met met behulp van zorgrapportageteksten een melding krijgen wanneer cliënten een verhoogd risico hebben op vallen?’

Met deze vraag zijn Jolanda Drent en Sanneke Heij samen met het SSC Espria aan de slag gegaan. Geen makkelijke vraag. Hoe haal je uit ongestructureerde data de juiste informatie? Dit begint met het in kaart brengen van factoren die vallen kunnen voorspellen en factoren die van invloed zijn op vallen, zoals depressieve symptomen, cognitieve vaardigheden, polyfarmacie, etc. Vervolgens zijn deze factoren in samenwerking met wijkverpleegkundigen vertaald in gerelateerde termen.

Voor depressieve symptomen zijn die termen:

  • Somber
  • Neerslachtig
  • Gevoel van leegte
  • Depressie
  • Down
  • Etc.

Risico in kaart

Door op de combinatie van factoren en bijbehorende termen in de zorgrapportageteksten te zoeken, zijn cliënten met verhoogd risico op vallen in kaart te brengen. De betreffende wijkverpleegkundigen kunnen hier vervolgens een melding van krijgen en een wetenschappelijk onderbouwde, passende interventie inzetten om vallen te voorkomen. Dit voorkomt leed en zorgkosten.

Op dit moment wordt binnen Icare en het SSC hard gewerkt aan het vertalen van alle factoren naar de juiste termen, om die vervolgens uit het systeem te halen. Hieronder wordt ter illustratie een kaart weergegeven met cliënten en het aandeel dat op grond van tekstanalyse mogelijk depressieve klachten zou kunnen hebben. Dit zegt nog niet heel veel. Zodra alle factoren en termen echter met elkaar gecombineerd worden, kan dat meer zeggen over het valrisico. Het zal echter nooit volledige zekerheid geven. De blik van de wijkverpleegkundige blijft cruciaal.